Liefde als spiergeheugen
We zijn allemaal met een andere handleiding begonnen. Sommigen van ons met een dunne, slecht vertaalde versie. Maar een handleiding is geen bestemming. Het is alleen het punt waar je begon.
Als je liefde niet hebt geleerd, hoe weet je dan wat het is? Misschien merk je wel dat je lichaam ontspant wanneer een bepaald iemand in de buurt is. Dat je minder hoeft na te denken. Dat je niet voortdurend bezig bent met wat de ander van je vindt. Maar omdat je dat gevoel niet kent, geef je het misschien een andere naam. Je noemt het gezelligheid, gewenning, of misschien zelfs verveling, omdat er geen spanning is. Terwijl je lichaam je iets anders probeert te vertellen.
We leren veel meer over liefde dan we beseffen, en bijna nooit via woorden alleen. Een kind leert wat liefde is door de manier waarop er naar hem wordt gekeken. Door iemand die komt wanneer hij roept. Door een ouder die luistert en niet alleen hoort, die fouten kan maken en daarna terugkomt om sorry te zeggen, die kan zeggen: ik ben boos, maar ik hou nog steeds van je. Dat zijn geen grote gebaren. Maar ze leggen iets aan. Ze leren het lichaam wat veiligheid voelt, wat nabijheid betekent, wat het is om ertoe te doen.
Liefde wordt daardoor iets wat lijkt op spiergeheugen. Je lichaam kent bepaalde bewegingen omdat je ze steeds opnieuw hebt gemaakt, totdat ze geen aandacht meer vragen. Je hoeft niet na te denken over hoe je loopt. Je doet het gewoon. Misschien werkt het met liefde net zo: wanneer je vroeg hebt ervaren dat liefde bestaat uit aandacht, aanraking, zorg en veiligheid, herken je die dingen later zonder dat je erover hoeft na te denken. Ze voelen als thuis, omdat ze dat ooit waren.
Maar wat gebeurt er wanneer je dat niet hebt geleerd? Wanneer er thuis nauwelijks werd aangeraakt. Wanneer een kind vooral leerde om zichzelf te redden, geen last te zijn, stil te zijn wanneer dat beter uitkwam. Dan kan het later behoorlijk verwarrend worden wanneer iemand zegt: ik hou van je. Je kunt het horen, maar je hoeft het nog niet te kunnen voelen. Of je voelt het wel, maar je vertrouwt het niet. Niet omdat je er niet voor open staat, maar omdat er geen patroon is om het aan op te hangen.
Misschien is dat ook waarom sommige mensen liefde herkennen als spanning. Omdat spanning bekend is. Omdat het lichaam ooit heeft geleerd dat je moet opletten wanneer iemand dichtbij komt. Rust kan dan ongemakkelijk worden. Iemand die je voortdurend onzeker maakt kan intens voelen, terwijl iemand die je gewoon lief heeft misschien saai lijkt. Niet omdat die persoon beter bij je past, maar omdat het lichaam het patroon herkent en patroon voor waarheid aanziet.
Dat is ook waar ik aan denk wanneer het over love languages gaat. Niet als een lijstje van vijf opties, maar als het idee dat we allemaal verschillende manieren hebben geleerd om te zeggen: ik zie je, je bent belangrijk voor me, ik wil dat het goed met je gaat. De één doet iets voor je, de ander zoekt lichamelijke nabijheid, iemand anders zegt het steeds hardop. Soms geven twee mensen elkaar liefde en missen ze elkaar toch, omdat ze elkaars taal niet verstaan. Ze bedoelen hetzelfde, maar het komt niet aan.
Ik moet daarbij steeds denken aan een plant. Wanneer je een plant water geeft, doe je dat omdat je wilt dat ze leeft. Je geeft haar niet één keer water en denkt vervolgens dat je klaar bent. Je kijkt naar de aarde. Je ziet wanneer ze droog wordt. Je zet haar dichter bij het raam, haalt de dode bladeren weg. Niet omdat de plant erom vraagt, maar omdat je hebt besloten dat ze ertoe doet. Dat zorgen geen eenmalige handeling is, maar een houding.
Waarom zouden we bij mensen soms verwachten dat het anders werkt? Een kind dat nooit wordt omhelsd, hoeft later niet vanzelf te weten dat een omhelzing liefde kan zijn. Niet omdat het geen liefde verdient, en ook niet omdat het niet kan liefhebben, maar omdat sommige dingen eerst ergens in je moeten worden aangelegd voordat je ze vanzelf kunt gebruiken. Dat is geen oordeel. Het is gewoon hoe het werkt.
Maar het betekent ook niet dat alles wat je vroeger niet hebt gekregen verloren is. Misschien kunnen we dingen opnieuw leren. Ervaren dat iemand dichtbij kan zijn zonder iets van je te willen. Dat je iets mag vragen. Dat je een grens kunt aangeven en dat de ander niet meteen vertrekt. Dat je kunt zeggen: ik hou van je, zonder dat je daarna bang hoeft te zijn dat die woorden ergens tegen je worden gebruikt. Dat zijn geen grote inzichten. Het zijn kleine dingen die zich langzaam ophopen, totdat ze beginnen te voelen als vanzelfsprekend.
Want liefde heeft onderhoud nodig. Niet omdat ze zwak is, maar omdat ze leeft. Een plant verschrompelt niet dramatisch op één dag. Ze doet het langzaam, blad voor blad, terwijl jij denkt dat het wel goed gaat. Met mensen werkt het misschien vergelijkbaar: niet dat liefde op een dag ineens verdwenen is, maar dat ze stilletjes minder wordt wanneer er geen aandacht meer komt. Wanneer we denken dat de ander toch wel weet dat we van hem houden. Wanneer we denken dat zorgen hetzelfde is als liefde, terwijl de ander misschien juist woorden nodig heeft.
Het volwassen worden in liefde is misschien dit: ontdekken dat wat voor jou vanzelfsprekend is, voor de ander helemaal niet vanzelfsprekend hoeft te zijn. Dat je soms opnieuw moet leren kijken, opnieuw moet leren zeggen wat je voelt. Niet omdat het de eerste keer mislukt is, maar omdat mensen veranderen, en liefde mee moet bewegen.
Reactie plaatsen
Reacties